Veelgestelde vragen
Antwoorden op de belangrijkste vragen over de zaak en de actie.
De aangifte heeft betrekking op twee soorten strafbare gedragingen door Philip Morris, namelijk (i) stelselmatige overtredingen van het reclameverbod op nicotineproducten; en (ii) misleiding van consumenten over de gevaren van alternatieve nicotineproducten.
Nederland kent een verbod op reclame voor nicotineproducten. Dit verbod heeft een centrale rol in het Nederlandse beleid om nicotineverslaving te bestrijden. Het idee achter dit verbod is dat een vergaande beperking van tabaksmarketing bijdraagt aan een betere bescherming van de volksgezondheid. De Nederlandse wetgever heeft daarbij gekozen voor een allesomvattende definitie, waarbij alle reclame voor tabaksproducten wordt verboden. Overtredingen van dit verbod kwalificeren als een strafbaar feit.
Philip Morris schendt dit verbod de afgelopen jaren stelselmatig. Rookpreventie Jeugd is gestuit op tientallen overtredingen, waarvan een groot deel in de aangifte is opgenomen. In de afgelopen jaren heeft Philip Morris al verschillende sancties van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gekregen voor dergelijke overtredingen. Desondanks gaat Philip Morris onverminderd door met de marketing van zijn producten. Nu deze NVWA-sancties klaarblijkelijk onvoldoende effect hebben is de inzet van het strafrecht op zijn plaats.
Frauduleuze praktijken behoren al decennialang tot de core business van Philip Morris. Bij de introductie van de sigaret werden de gevaren daarvan gebagatelliseerd, en werd zelfs gesteld dat de sigaret goed voor de gezondheid zou zijn. In de daaropvolgende jaren werden de filtersigaret en light-sigaret geïntroduceerd. Daarbij beweerde Philip Morris met een web van leugens dat het daarmee harm reduction na zou streven. In werkelijkheid waren deze producten even schadelijk voor de gezondheid. Door deze misleiding werden producten toegestaan en consumenten verleid om te beginnen met roken of te blijven roken.
Philip Morris voert op dit moment eenzelfde strategie van leugenachtige informatievoorziening uit als het gaat om zijn zogenaamde alternatieve tabaksproducten, waaronder verhitte tabaksproducten onder de naam van ‘heat not burn’ of IQOS. Wederom stelt het bedrijf Philip Morris dat het onderdeel van de oplossing wil zijn, maar blijft het in werkelijkheid streven naar zoveel mogelijk nicotineverslaafden. Daarbij richt het bedrijf Philip Morris zich wederom uitdrukkelijk op kinderen en jongvolwassenen, om hen een leven lang verslaafd (en dus klant) te maken. Door de tabaksindustrie worden zij ook wel replacement smokers genoemd, omdat deze kinderen en jongvolwassenen hun overleden consumenten moeten vervangen.
Philip Morris gebruikt bij deze misleidingscampagnes wederom allerhande data die grotendeels door het bedrijf zelf zijn samengesteld. Nieuwe zeer verontrustende feiten uit de wetenschappelijke literatuur worden daarbij door Philip Morris achtergehouden. Deze data van Philip Morris zijn dan ook misleidend en daarmee pleegt Philip Morris strafbare feiten zoals valsheid in geschrift en oplichting.
Een strafrechtelijke veroordeling leidt niet automatisch tot een landelijk verkoopverbod voor tabaksproducten. Een strafrechtelijke procedure is met name bedoeld om een straf op te leggen aan iemand die een strafbaar feit heeft begaan. Een sanctie voor overtredingen van het reclameverbod levert wel een sterk signaal op dat het bedrijf moet stoppen met ongeoorloofde reclames. Een straf voor misleiding laat zien dat het bedrijf ditmaal niet wegkomt met stelselmatig bedrog van consumenten om hen verslaafd te maken aan de producten van Philip Morris.
De potentiële boete bij een veroordeling van Philip Morris kan oplopen tot tien procent van de jaaromzet. Daarnaast is het mogelijk om taak- of gevangenisstraffen voor bestuurders en werknemers te eisen die een rol hebben gehad in het plegen van de strafbare feiten.
Op de site van Rookpreventie Jeugd kunt u een eenmalige donatie doen via IDEAL, of een donatie overmaken naar NL 13 ABNA 0406 5598 21 t.n.v. Rookpreventie Jeugd. Als u ons ook in de toekomst wilt steunen kunt u een periodieke gift overeenkomst aangaan. Daarover is hier meer informatie te vinden.
Rookpreventie Jeugd deed in 2016 reeds aangifte tegen bepaalde tabaksfabrikanten, waaronder Philip Morris. Dit leidde niet tot vervolging, omdat het Openbaar Ministerie vond dat verdere regulering van de tabaksindustrie bij de politiek thuishoort. De nieuwe aangifte sluit aan bij deze zienswijze van het Openbaar Ministerie. Deze aangifte is immers gebaseerd op bestaande wet- en regelgeving. De politiek heeft al duidelijk gesteld dat reclame maken voor tabaksproducten en misleiding daaromtrent niet zijn toegestaan en dat ook opgenomen in de wet. De aangifte is bedoeld om de overheid te bewegen om deze bestaande normen te handhaven.
Ja, het OM kan besluiten om naar aanleiding van de aangifte niet tot vervolging over te gaan. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij een gebrek aan bewijs of wanneer vervolging niet in het algemeen belang is. Een rechtstreeks belanghebbende die het niet eens is met deze beslissing kan dan een formele klacht indienen bij het gerechtshof. Deze ‘artikel 12 Sv-procedure’ kan ertoe leiden dat het hof het OM alsnog de opdracht geeft om de zaak voor de rechter te brengen.
Opsporingsdiensten hebben bij een strafrechtelijke procedure zwaardere bevoegdheden om bewijs te verzamelen dan burgers in een civiele procedure. Daarnaast kan een strafrechtelijke veroordeling leiden tot zwaardere straffen, een groter afschrikwekkend effect en meer maatschappelijke impact. In het geval van Philip Morris is gebleken dat bestuursrechtelijke boetes onvoldoende zijn om het bedrijf tot naleving van de wet te dwingen. Bij terugkerende overtredingen heeft het strafrecht voorkeur boven bestuursrecht.
In deze zaken ging het om soortgelijke misleiding over de schadelijkheid van de producten als in de huidige aangifte. In alle gevallen waren deze bedrijven op de hoogte van de negatieve gevolgen van haar producten voor de volksgezondheid, maar ontkenden dit publiekelijk. Daarnaast maakten deze bedrijven gebruik van een soortgelijke marketingcampagne specifiek gericht op jongeren. De MSA is een miljardenakkoord tussen Amerikaanse staten om de gezondheidszorgkosten van rokende burgers te compenseren en tabaksreclame aan banden te leggen. De RICO-zaak was een federale rechtszaak, waarin de tabaksindustrie werd veroordeeld wegens jarenlange georganiseerde misleiding van het publiek over de gezondheidsrisico’s en verslavingsfactor van roken.
Als wereldwijde tabaksleverancier heeft Philip Morris het grootste marktaandeel, waardoor vervolging de hoogste maatschappelijke impact heeft. Daarnaast introduceert het bedrijf Philip Morris met producten zoals de IQOS een nieuwe vorm van misleiding onder het voorwendsel bij te dragen aan een ‘rookvrije wereld’. Een gerichte aangifte tegen Philip Morris pakt zowel de grootste marktaandeelhouder als deze misleidende tactieken aan.
Als Philip Morris in een strafzaak wordt veroordeeld, krijgen slachtoffers of consumenten niet automatisch een schadevergoeding. Een strafrechtelijke veroordeling maakt de kans mogelijk wel groter op een succesvolle schadevergoeding in een toekomstige civiele procedure.